We vragen Nederlandse startups om te vliegen – maar kortwieken eerst hun vleugels

Mario Draghi en het recente TNO-rapport van Tjark Tjin-A-Tsoi zeggen het in keurige beleidstaal: Europa – en Nederland – lopen achter in innovatie en productiviteit. Vooral vergeleken met de VS en China.
Ik zie dezelfde diagnose, maar dan dagelijks, van heel dichtbij. Als founder van een industriële software-startup (Quotation Factory) in de metaalsector voelt die “innovatieparadox” niet als een abstract begrip, maar als de werkelijkheid waar je elke dag tegenaan loopt.
De mythe: “Er is genoeg geld voor goede ideeën”
In ieder panel en praatclub hoor je hetzelfde: “Er is genoeg kapitaal, goede proposities krijgen altijd geld.”
Maar in de praktijk ziet het er anders uit:
- Banken, regionale ontwikkelingsmaatschappijen, seed-investeerders en VC’s gedragen zich als risicomanagers, niet als innovatieversnellers.
- Een vergelijkbare oplossing in de VS haalt recent 42 miljoen dollar op. In Nederland proberen we dezelfde wedstrijd te winnen met 2,5 miljoen.
- En precies op het moment dat product-market fit zichtbaar wordt, trekken veel investeerders zich terug. Geen budget voor marketing, geen budget voor een verkoopteam. Maar wél de verwachting dat je internationaal gaat schalen.
We zetten een albatros op een hoge rots, roepen dat hij moet uitvliegen – maar we hebben eerst zijn vleugels gekortwiekt.
Het echte probleem: niet een ideeën-tekort, maar een scale-up tekort
TNO beschrijft het scherp: Nederland heeft geen gebrek aan kennis en ook niet aan ondernemerschap. Waar het misgaat, is in de doorgroei van startups naar scale-ups.
Een paar harde punten uit de analyses:
- 70% van de Nederlandse techbedrijven komt niet voorbij pre-seed/seed.
- Nederland blijft achter in venture capital als percentage van het bbp – zeker vergeleken met de VS en het VK.
- Een relatief klein deel van het geld gaat naar latere groeifases.
- Slechts een beperkt deel van de groeirondes wordt door Nederlands kapitaal gefinancierd.
Met andere woorden: we zijn goed in het planten van zaadjes, maar slecht in het laten uitgroeien van bomen.
Hoe het nu werkt – en waarom dat niet schaalbaar is
Als je als industriële software-startup in Nederland groeit, ziet de film er vaak zo uit:
- Een eerste fase van enthousiasme Kleine tickets, subsidies, innovievouchers, pilots. Iedereen vindt het interessant, er wordt veel gepraat over ecosystemen.
- Product-market fit komt in zicht Klanten betalen. De technologie bewijst zichzelf. Je weet: als we hier nu gas geven op sales, implementatie en internationalisering, bouwen we iets dat echt impact heeft.
- Dan slaat de angst toe Het risico wordt “te groot”. Grote cheques blijven uit. Marketingbudget: nul. Geld voor een serieus verkoopteam: er is “meer tractie” nodig. De paradox is compleet: je moet eerst opschalen om het risico te verlagen, maar je krijgt geen geld om op te schalen.
- Gevolg
Dit is geen individueel verhaal. Dit is systeemgedrag.
De metaalsector: cruciaal voor productiviteit, vergeten in het kapitaalbeleid
In de TNO-cijfers zie je een zorgelijke concentratie:
- 50% van de private R&D-uitgaven komt uit de industrie, maar…
- Slechts 19% daarvan komt van het mkb.
- In sectoren als de machine-industrie hangt een enorm deel van de R&D aan een paar grote spelers.
Dat maakt Nederland kwetsbaar: zolang we alleen de usual suspects (ASML-achtige kampioenen) voeden, maar niet de brede keten van innovatieve mkb-bedrijven en startups, houden we een smalle economie in stand.
In de metaalsector is dat extra wrang:
- Hier liggen enorme kansen voor arbeidsproductiviteit, juist nu personeel schaars is.
- Digitale oplossingen kunnen het gat dichten tussen commerciële vraag, engineering, werkvoorbereiding en productie.
- Maar zonder groeikapitaal blijven dit eilanden van innovatie in plaats van de nieuwe standaard.
Niemand lijkt zich écht druk te maken om de gemiste productiviteitswinst in deze sector. Het gesprek gaat over rendement en risico voor investeerders – niet over de structurele impact op onze industriële basis.
Waar het wél om draait: productiviteit, niet alleen rendement
Draghi en TNO zijn duidelijk: als we de arbeidsproductiviteit niet verhogen, kunnen we:
- onze welvaart niet vasthouden,
- onze sociale systemen niet financieren,
- en de grote transities (energie, klimaat, vergrijzing) niet betalen.
Dan is de vraag: waarom laten we dan precies díe bedrijven die productiviteit in de praktijk verhogen – industriële, digitale scale-ups in sectoren als metaal – met lege handen staan?
We lijken innovatiebeleid en kapitaalbeleid langs elkaar heen te organiseren:
- Beleid zegt: “We hebben radicale innovaties en nieuwe waardeketens nodig.”
- De kapitaalpraktijk zegt: “Kom maar terug als het risico laag en de traction hoog is.”
Dat werkt niet. En dat kán ook niet werken.
Wat er moet veranderen (concreet)
Als we willen dat Nederland écht mee blijft doen, dan zijn er een paar keuzes nodig die verder gaan dan een volgende conferentie of ronde tafels.
1. Maak onderscheid tussen ‘leuk innovatief’ en ‘systeemkritisch productiviteitsverhogend’ Niet alle startups zijn gelijk. Een B2B SaaS-tool voor marketing en een deep-tech industriële platformoplossing in de metaalsector hebben een totaal verschillende:
- time-to-market,
- risicoprofiel,
- en impact op productiviteit.
Behandel die niet alsof ze in dezelfde VC-template passen.
2. Richt een serieus groeikapitaalfonds op voor industriële digitalisering Met mandaat om:
- tickets te schrijven die wél schalen (5–50M),
- expliciet in latere fases te investeren,
- en zich te richten op productiviteit in kernsectoren (metaal, maakindustrie, logistiek, energie).
Niet als subsidie-instrument, maar als professioneel fonds met een duidelijke maatschappelijke opdracht.
3. Overheid als launching customer in de industrie
Gebruik inkoop en aanbesteding om:
- industriële digitale oplossingen versneld op schaal in te zetten,
- referenties te bouwen die ook banken en investeerders vertrouwen geven,
- en mkb-metaalbedrijven te helpen versneld te digitaliseren.
Niet nóg een pilot, maar echte implementaties, in serie.
4. Meet succes niet alleen in ‘unicorns’, maar in productiviteitswinst per sector
Een land als Nederland heeft meer aan:
- tien schaalbare industriële platforms die de productiviteit in kernketens 10–20% verhogen, dan aan één extra B2C-unicorn waarin vooral consumentenbestedingen verschuiven.
Zet die bril op bij beleid, fondsen en publieke rapportages.
Gemiddelde systemen vs. top-ecosystemen
Gemiddelde ecosystemen:
- financieren veel vroege fase ideeën,
- laten scale-ups omvallen of wegtrekken in de groeifase,
- accepteren dat buitenlandse spelers de markt domineren.
Top-ecosystemen:
- kiezen gericht sectoren en waardeketens,
- organiseren kapitaal, beleid en vraag rondom die ketens,
- en zorgen dat bedrijven met bewezen impact niet om geld hoeven smeken om op te schalen.
De vraag is simpel: wil Nederland tot de eerste of de tweede categorie horen?
Slot: een uitnodiging, geen klaagzang
Dit stuk is geen oproep tot medelijden met startups. Het is een uitnodiging aan politiek, beleidsmakers, brancheorganisaties en investeerders:
👉 Praat niet alleen over innovatie, maar herontwerp de financiële en beleidsmatige condities voor schaal. Zeker in sectoren als de metaalsector, waar elke gewonnen minuut productiviteit direct bijdraagt aan concurrentiekracht, export en onze brede welvaart.
Als je vanuit beleid of branche met mij (of andere industriële founders) wilt kijken hoe dit er concreet uitziet aan de fabrieksvloer en in de keten?
Stuur me een bericht. Niet voor een volgende praatclub, maar om samen te ontwerpen hoe we de albatros eindelijk laten vliegen – mét vleugels.
Sluit je aan bij Nederlands meest vooruitstrevende metaalbewerkingsfabrikanten.
Thyssenkrupp, Singeling, Hollandsteel en tientallen andere metaalbewerkingsbedrijven stapten over op Quotation Factory om hun bedrijven schaalbaarder en concurrerender te maken.